|
|
Wat
geloven wij?
-
Wij
geloven niet in de traditionele drie-eenheid op de manier zoals
die door de meeste christelijke kerken wordt verkondigd, want als
G’d uit drie afzonderlijke personen zou bestaan, dan zou er in
feite sprake zijn van drie goden, en dat is voor ons
onaanvaardbaar. Zie hiervoor de bijbelstudie nr. 001. Wij belijden
derhalve samen met alle Joden door de eeuwen heen: “G’d is
één!”, toch op grond van de geschriften geloven wij niet in
een absolute, maar in een samengestelde éénheid van Vader, Zoon
en Heilige Geest. Wij
spreken dus over het G’ddelijk Wezen bestaande uit drie delen in
plaats van drie personen. Elk deel heeft wel zijn eigen functie,
maar is niet compleet zonder de andere twee delen, wants slechts
alle drie delen bij elkaar vormen pas de éénheid die wij in het Sh’ma Yisrael belijden. G’d heeft de
mens geschapen naar Zijn beeld, naar Zijn gelijkenis, bestaande
uit dezelfde drie delen als Hijzelf, namelijk: Ziel, Geest en
Lichaam! Niemand van ons zou beweren dat de Eeuwige ons mensen
geschapen heeft als wezens die uit drie verschillende personen
zijn samengesteld, maar een ieder van ons, u en ik, heeft een
ziel, een geest en een lichaam. G’d als samengestelde éénheid
van Ziel (het g’ddelijke Brein, de Vader), Lichaam (het
vleesgeworden Woord, de Zoon, Yeshua) en Geest (de Heilige Geest)
heeft alles geschapen. G’d heeft niet
alleen een Geest, Hij is ook
zelf Geest, gelijk geschreven staat: "G’d is Geest en wie
Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in Waarheid” (Johannes
4:24). - “En de Geest is het, die getuigt, omdat de Geest de
Waarheid is” (1 Johannes] 5:6). Yeshua zegt: “Ik ben de Weg en de
Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes
14:6), “Ik en de Vader zijn één!” (Johannes 10:30) en“Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien!”
(Johannes] 14:9). Ik denk
dat hierin prachtig het verschil zichtbaar wordt tussen de
G'ddelijke samengestelde éénheid en de menselijke: de mens heeft een
lichaam, hij heeft een
ziel en hij heeft een
geest, maar G'd ís de
Geest, Hij ís de Ziel en Hij ís het Lichaam!
-
Het
christendom is een eigen leven gaan leiden, dat gebaseerd is op
het Griekse denken met alle gevolgen van dien. Het is echter nooit
de bedoeling van Yeshua en Zijn apostelen geweest om een nieuwe
religie te stichten, los van het Jodendom! G'd is immers
onveranderlijk, en onze G'd is de G'd van Israël! Dat moeten wij
ons altijd voor ogen houden! De Bijbel is een Joods boek van kaft
tot kaft, want ook het Nieuwe Testament is geschreven door Joden!
De eerste gemeente was Joods, de Messias is Joods en zowel de 12
apostelen alsook de 72 eerste discipelen waren Joods. Zowel het
Oude Verbond alsook het Nieuwe Verbond zijn beiden gesloten met
het huis van Israël en het huis van Juda (Jeremia 31:31-34).
Heidenen die in G'd geloven en de Messias hebben aangenomen als
Heer en Verlosser, worden als wilde loten geënt op de edele
olijfboom Israël (Romeinen 11:11-24), maar zij moeten eerst
losgekapt worden van hun eigen heidense kerstboom (Jeremia
10:2-4). Heidenen verkrijgen door het geloof het burgerrecht van
Israël en zij mogen mede-erfgenamen worden. (Efezen 2:11-22).
Maar let wel: zij worden bijgevoegde mede-erfgenamen, maar de
natuurlijke erfgenamen zijn nog steeds de gelovige Joden!
-
Wij
zijn van mening, dat de engel Hebreeuws of Aramees sprak, toen hij
aan Jozef (Mattheüs 1:21) en Maria (Lucas 1:31) de naam van G'ds
Zoon bekend maakte, en niet Grieks. Wij gaan er dus van uit, dat
Hij de Hebreeuwse naam Yeshua noemde en niet de Griekse variant
Jezus! Zie hiervoor de bijbelstudie nr. 002. Bovendien lijkt het
ons zeer onwaarschijnlijk dat het G'ds bedoeling geweest zou zijn
dat Zijn Zoon een Griekse naam zou dragen, want anders zou Hij wel
in Griekenland of in Klein-Azië zijn geboren. Maar Yeshua werd in
Israël geboren in dezelfde stad als koning David, Hij leefde als
orthodoxe Jood en zal eens in Israël terugkomen als Koning der
Joden! De Naam boven alle naam is derhalve niet Jezus Christus,
maar Yeshua haMashiach: “want er is ook onder de hemel geen
andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden
worden" (Handelingen 4:12)".
-
Wij
geloven dat de tien geboden voor alle gelovigen nog steeds van
toepassing zijn, inclusief het vierde gebod betreffende de
sabbatsheiliging! Zie hiervoor de bijbelstudies nr. 005 en 006.
G'd is gisteren, heden en in de toekomst dezelfde en Zijn wil is
onveranderlijk! G’d veranderd niet en Zijn geboden ook niet!
Nergens in de hele Bijbel staat geschreven, dat G'd van gedachte
zou zijn veranderd en dat Hij de sabbatsrust zou hebben verplaatst
van de zevende dag (zaterdag) naar de eerste dag (zondag). Wie dus
zegt een gelovige te zijn en geheel in overeenstemming met de tien
geboden wil leven, maar de Shabat niet heiligt omdat hij door zijn
kerk is opgevoed om dit op zondag te doen, verstoot dus zonder het
misschien zelf te beseffen tegen het vierde gebod, en dat is een
ernstige zaak, want er staat in Jacobus 2:10 geschreven: "Wie
de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig
geworden aan alle geboden." En al die geboden zijn nog steeds
van kracht, daar komen wij echt niet onderuit, want in 1 Johannes
2:3-6 lezen wij duidelijk: "En hieraan onderkennen wij, dat
wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken
Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is
de waarheid niet..." - Dat geldt dus voor alle geboden,
inclusief het vierde gebod: "Onderhoud de sabbatdag, dat gij
die heiligt, zoals de Eeuwige, uw G'd, u geboden heeft. Zes dagen
zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de
Shabat van de Eeuwige, uw G'd!" (Deuteronomium 5:12-13).
-
Wij
geloven dat wij door de wet alléén niet kunnen worden behouden
omdat de ware behoudenis uitsluitend door het offer van Yeshua tot
stand kan worden gebracht, maar dat de wet evengoed onverminderd
van kracht blijft tot in alle eeuwigheid omdat er geschreven staat
dat het een altoosdurende inzetting is! Het is waar: wij staan
niet onder de wet, maar wij staan ook niet boven de wet! Wij zijn
niet onder de wet, maar ook niet zonder de wet, want anders zouden
wij wetteloos zijn! In al Zijn liefde verwacht onze hemelse Vader
nog steeds gehoorzaamheid van Zijn kinderen, zoals elke vader dat
doet! Deze indringende boodschap gaf ook Zijn Zoon Yeshua keer op
keer door aan ons. Yeshua benadrukte in Mattheüs 19:17 zelfs, dat
het houden van de wet naast het geloof in Hem een absolute
voorwaarde is om het Koninkrijk der hemelen binnen te mogen gaan:
"Indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoudt de
geboden!" en ook Johannes 3:36 leert ons, dat geloof en
gehoorzaamheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: “Wie in
de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon
ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn G’ds
blijft op hem.” Yeshua heeft zelf gezegd: “Niet een ieder, die
tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen
binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen
is” (Matthéüs 7:21). Hoe weten wij wat de wil van Zijn Vader
is? Door het lezen en niet door het negeren van Zijn wet, want de
wil van de Vader staat heel gedetailleerd in Zijn wet omschreven!
Het is dus echt letterlijk levensgevaarlijk om zichzelf en vooral
ook anderen wijs te maken dat de Tora ofwel de wet zoals zij door
de christenen wordt genoemd, afgeschaft, ontbonden of buiten
werking gesteld zou zijn door Yeshua. Hij zelf zegt, dat dit
absoluut niet zo is en Hij geeft de indringende waarschuwing om
deze verkeerde gedachte beslist los te laten: “Meent niet, dat
Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet
gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik
zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of
één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie
dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo
leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch
wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der
hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig
is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het
Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan” (Matthéüs
5:17-20). Yeshua heeft ons dus gezegd dat wij ons echt niet in het
hoofd moeten halen om ook maar één van de kleinste geboden te
laten vervallen. - Ondanks deze overduidelijke waarschuwing van
niemand anders dan Yeshua zelf zijn er toch nog talrijke kerken
waar geleerd wordt, dat wij volgens Paulus vrij zouden zijn van de
wet en de geboden, die doorgaans gezien worden als een slavenjuk.
Maar het is juist diezelfde Paulus, die in Romeinen 7:12 precies
het tegenovergestelde geschreven heeft: “Zo is dan de wet
heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” Als
Paulus schrijft, dat wij niet meer onder de wet zijn, dan bedoelt
hij daarmee, dat de wet niet meer tégen ons is als wij door
Yeshua vergeving en verlossing hebben ontvangen (Kolossenzen
2:13-14), maar daarmee heeft de wet zijn geldigheid nog niet
verloren! Laten wij ons dus niet wijsmaken dat G’d alles door de
vingers ziet omdat wij ‘niet meer onder wet maar onder de genade
leven’. Genade is namelijk geen vrijbrief om dan maar niet meer
te doen wat G’d van ons vraagt of om juist dat te doen wat Hij
verboden heeft. Onder het motto “Wij zijn toch vrij van de
wet” eet men nu rustig bloedworst (zie
voor “het onthouden van bloed”: Handelingen 15:20 en 29,
Handelingen 21:25) en
varkensvlees terwijl G’d het toch echt wel verboden heeft, men
viert heidense feestdagen inclusief de daarbij horende heidense
symbolen zoals de kerstboom in de kerk (zie
voor “het onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is”:
Handelingen 15:20 en 29, Handelingen 21:25). terwijl
men de Bijbelse feestdagen volledig negeert, men heiligt de
heidense zondag in plaats van de door G’d zelf opgedragen Shabat
en heeft ook nog het lef om Zijn zegen hierover te vragen. Zo zijn
er helaas nog steeds talrijke gelovigen die wel deel uitmaken van
de gemeente en dus van het huis G’ds, maar die niet gehoorzaam
zijn aan de wil van de Vader, die Hij door Zijn Tora [wet] en door
de woorden van Zijn Zoon Yeshua aan ons heeft bekend gemaakt.
Laten wij G’ds woord dus serieus nemen, naar vermogen doen wat
Hij van ons vraagt en anderen daartoe aansporen, opdat de woorden
van Yeshua in Mattheüs 7:22-23 niet op ons zullen slaan:
"Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben
wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten
uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun
openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij
werkers der wetteloosheid."
-
Wij
zijn van mening dat de bijbelse feestdagen zoals o.a. Pesach
[Pasen], Shavuot [Pinksteren], Rosh haShana [Bazuinenfeest] en Yom
Kipur [Grote Verzoendag] nog steeds door alle gelovigen gevierd
dienen te worden, want het zijn altoosdurende inzettingen voor de
Israëlieten en de heidenen in hun midden (dat zijn dus de
gelovigen uit de volken die geënt zijn op de edele olijfboom!).
Zie hiervoor de bijbelstudies nr. 061 t/m 077. Men zegt ten
onrechte dat dit “Joodse feesten” zijn, terwijl er
nadrukkelijk in de Bijbel staat: “De Eeuwige sprak tot Mozes:
Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des
HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn feesttijden!”
Het zijn dus geen Joodse feesten, maar G’ds feesten met een
grote profetische lading, die allen rechtstreeks naar Yeshua
wijzen en de data waarop zij worden gevierd zijn gebaseerd op
G’ds kalender! Het christendom heeft G’ds feesten echter niet
alleen grotendeels afgeschaft en vervangen, maar wat ervan
overbleef zelfs gekoppeld aan heidense afgodische feesten, zowel
wat de tradities en rituelen betreft, alsook de data waarop ze
gevierd worden. Daarmee werd niet alleen geestelijke hoererij
gepleegd, maar werd ook gekozen voor de heidense kalender waar
elke maand en dag de naam van een afgod draagt en werd de indeling
van het jaar zoals de Eeuwige in Zijn woord aan de gelovigen heeft
opgedragen, bewust losgelaten. Wij vieren echter de Bijbelse
feesten met een Messiaanse invulling en zetten ons ervoor in om
ook onze broeders en zusters dwars door de kerken heen daartoe te
stimuleren en terug te keren naar G’ds woord en G’ds kalender,
terug naar de Joodse wortels van ons geloof.
-
Op
grond van G’ds Woord zijn wij van mening dat het vrouwen niet
toegestaan is om de gemeente gezaghebbend te onderwijzen en daarom
vinden wij vrouwelijke voorgangers en vrouwelijke rabbijnen
onbijbels. Zie hiervoor de bijbelstudies nr. 057 en 058.
Natuurlijk zijn man en vrouw voor G’d gelijk, maar dat wil nog
niet zeggen, dat de vrouwen zowel in het gezin alsook in de
gemeente dezelfde plaats innemen als de mannen. Zij zijn wel
gelijkwaardig aan elkaar, maar daarom nog niet elkaars gelijken!
Heel duidelijk staat er dat de vrouwen niet mogen spreken in de
samenkomst: “Zoals
in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten
zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten
ondergeschikt blijven, zoals ook de Tora zegt. En als zij iets
willen te weten komen, moeten zij thuis haar mannen om opheldering
vragen; want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de
gemeente.” (1
Korinthiërs 14:34-35). Dit betekent echter niet, dat de vrouw op
geen enkele wijze zou mogen onderwijzen, want natuurlijk mag een
vrouw wel een zusterkring leiden en kinderwerk doen, maar het
spreken waarover het hier gaat, is in de zin van prediken of het
uitleggen van de Schrift in de gemeentesamenkomst, wat gelijkstaat
met leren, hetgeen niet overeenkomt met haar staat van
ondergeschiktheid. Een leraar heeft namelijk in bepaald opzicht
macht over anderen, en juist dat is aan de vrouw over de man niet
geoorloofd. Daarom kan haar niet toegestaan worden om in een
samenkomst te onderwijzen. Deze ondergeschiktheid is geen
uitvinding van Paulus, want hij beroept zich hiervoor op de Tora.
Zijn toevoeging: ‘Zoals
ook de wet zegt’ verwijst
naar Genesis 3, waar nadrukkelijk vermeld staat dat de vrouw met
de scheppingsorde door G’d onder de man gesteld is en daarom
komt het haar in de gemeente niet toe om gezaghebbend te
onderwijzen. Dit verbod is niet gegrond op een cultuur- of
tijdbepaalde gewoonte, maar op de door de Schepper zelf ingestelde
orde en daarom schrijft Paulus later opnieuw: “Een
vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten
onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft
of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden.” (1
Timotheüs 2:11-12). Wij
zijn ons terdege van bewust dat degene die in deze moderne tijd
hardop durft te verkondigen het hierbij met Paulus volstrekt eens
te zijn, zich niet geliefd maakt bij hen die vinden dat dit soort
verzen achterhaald en uit de tijd zijn. En toch willen wij ook in
dit opzicht G’d meer gehoorzamen dan de mensen.
-
Wij
proberen ons zoveel mogelijk aan G’ds Woord te houden, dragen
daarom ook een hoofdbedekking (zowel mannen als vrouwen) in de
samenkomst (zie hiervoor de bijbelstudie nr. 030), en keuren menselijke
inzettingen af
zoals o.a. rabbijnse tradities die gebaseerd zijn op de talmud of
kabbala en onbijbelse
praktijken zoals
het dansen met vlaggetjes, spreken in tongen en vallen in de
geest. Zie hiervoor de bijbelstudies nr. 018 t/m 023. Deze
onbijbelse evangelische geloofsuitingen vinden wij in onze
Messiasbelijdende samenkomsten volstrekt onaanvaardbaar evenals
het niet dragen van een hoofdbedekking bij het uitvoeren van een
religieuze handeling.
-
Tenslotte
voor alle duidelijkheid nog dit: wij zijn op grond van sterke
bijbelse argumenten tegen de besnijdenis van niet-joden. Ziervoor
de bijbelstudie nr. 035. Wij zijn van mening, dat uitsluitend
Joden en gelovigen met Joodse voorouders zowel besneden van vlees
alsook besneden van hart moeten zijn, maar dat voor de niet-Joodse
gelovigen uit de volken de besnijdenis des harten voldoende is.
|
|